Opleiding tot praktijkhoudend huisarts (22-01-2015)

De huidige huisartsopleiding leidt in drie jaar op tot uitstekende huisartsen met een gedegen actuele kennis, brede praktische vaardigheden, een goede arts-patiënt communicatie en een degelijk wetenschappelijk fundament.

Maar het zorgveld is sterk in beweging. De positie van de huisarts in de sociaal-maatschappelijke context is de laatste jaren veranderd. Denk daarbij aan het samenwerken in de ketenzorg, binnen maar ook buiten het medisch domein. Van de huisarts wordt verwacht dat hij of zij de regi neemt in de wijk, waar zorg, welzijn en wonen steeds meer in samenhang bekeken worden.
En er zijn nog veel nieuwe ontwikkelingen op komst. Een nieuwe rol voor gemeenten en overheid in de organisatie van de zorg. Het wegvallen van de schotten tussen eerste en tweede lijn. Een nieuw bekostigingssysteem.

Het moge duidelijk zijn dat er met deze ontwikkelingen niet alleen een appèl gedaan wordt op het geneeskundig vakmanschap van de huisarts, maar ook op andere vaardigheden zoals overleg, beleid, beheer en onderhandelen. Als de huisarts van de toekomst een sleutelpositie in de eerste lijn wil behouden zal de praktijkhoudende huisarts meer in zijn mars moeten hebben dan zijn huisartsgeneeskundig vakmanschap. De praktijkhoudende huisarts zal behalve operationeel ook tactisch en strategisch moeten kunnen acteren. In de huidige opleiding is er weliswaar aandacht voor managementaspecten, maar dit is in mijn ogen onvoldoende voor de praktijkhoudende huisarts van de toekomst. ook de aios gaven onlangs aan in de NIVEL-enquete aan dat dit onderdeel in de opleiding onderbelicht is (zie www.sboh.nl).

Klik hier voor het volledige artikel.

(Bron: Op één Lijn december 2014)